|
24 september 2010
De gevolgen van een huwelijk in Thailand zijn onder Thais recht min of meer vergelijkbaar met huwelijkse voorwaarden in Nederland met een beperkte gemeenschap van vruchten en inkomsten. Dit is in Thailand het wettelijke stelsel, ook zonder huwelijkse voorwaarden. Het is wel belangrijk huwelijkse voorwaarden voor het voorgenomen huwelijk af te sluiten om te voorkomen dat bij een eventuele vestiging in Nederland het wettelijke systeem van algehele gemeenschap van goederen van toepassing wordt verklaard.
In Nederland moeten huwelijkse voorwaarden bij notariele akte worden aangegaan. In Thailand worden huwelijkse voorwaarden door de beamte die het huwelijk voltrekt geregistreerd in het huwelijksregister. Dit moet op straffe van nietigheid met de huwelijksvoltrekking en registratie gebeuren. Het kan niet meer daarna.
Mocht u getrouwd zijn in Thailand zonder huwelijkse voorwaarden en zich in Nederland vestigen kunt u ook een rechtskeuze uitbrengen voor het Thaise recht. Hiervoor dient u in Nederland met uw notaris contact op te nemen aangezien dit via een notariele akte wordt gedaan.
Hieronder een voorbeeld van Nederlandse huwelijkse voorwaarden 'vruchten en inkomsten'. De Thaise huwelijkse voorwaarden wijken hier wel van af.
Huwelijkse voorwaarden voor Thailand zijn te bestellen via Thailand Law Online.
Gemeenschap vruchten inkomsten:
Vandaag de __________ verschijnen voor mij, __________, notaris te ___________:
1. ____________ en
2. ____________
De comparanten verklaren de vermogensrechtelijke gevolgen van hun aanstaand huwelijk te regelen door de volgende huwelijksvoorwaarden:
Beperkte gemeenschap
Art. 1
Tussen de echtgenoten bestaat een gemeenschap van vruchten en inkomsten.
Art. 2
1 De gemeenschap omvat, wat haar activa betreft alle goederen die de echtgenoten tijdens het bestaan van de gemeenschap hebben verkregen anders dan door erfopvolging, making of gift, met uitzondering van:
a een goed dat een echtgenoot anders dan om niet verkrijgt, indien het voor meer dan de helft van zijn prijs ten laste van hem persoonlijk komt;
b hetgeen wordt ge๏nd op een vordering die buiten de gemeenschap valt, alsmede een vordering tot vergoeding die in de plaats van een eigen goed van een echtgenoot treedt, waaronder begrepen een vordering ter zake van waardevermindering van zulk een goed;
c de goederen als bedoeld in artikel 4 lid 2
2 Goederen die op enigerlei bijzondere wijze verknocht zijn aan een der echtgenoten vallen desondanks steeds in de gemeenschap. Bij verdeling van de ontbonden gemeenschap wordt met deze verknochtheid rekening gehouden door toepassing van de beginselen van redelijkheid en billijkheid.
Art. 3
Pensioenrechten vallen niet in de gemeenschap. Zij worden in geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed verevend volgens de wet.
Art. 4
1 De gemeenschap omvat, wat haar passiva betreft, alle schulden van de echtgenoten, met uitzondering van:
a de schulden welke bij de aanvang van de gemeenschap bestaan;
b de schulden welke drukken op door erfopvolging, krachtens legaat, lastbevoordeling of als gift verkregen goederen;
c de schulden welke de eigen goederen van een der echtgenoten betreffen met uitzondering van schulden ontstaan ter zake van het normale onderhoud van de echtelijke woning met bijbehoren en de rente verschuldigd ter zake van de ter financiering van deze woning aangegane schulden.
2 Een schuld die een echtgenoot met medeweten van de schuldeiser in verband met de verwerving van een eigen goed aangaat, valt niet in de gemeenschap. Van het "medeweten" van de schuldeiser dient schriftelijk te blijken.
Art. 5
Het bepaalde in artikel 126 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.
Bestuur
Art. 6
1 Ieder van de echtgenoten heeft het bestuur over zijn eigen goederen alsmede over de goederen die van zijn of haar zijde in de gemeenschap zijn gevallen.
2 Goederen ten aanzien waarvan geen van beide echtgenoten kan bewijzen dat ze van zijn of haar zijde in de gemeenschap zijn gevallen staan onder het bestuur van de echtgenoten gezamenlijk.
3 De echtgenoot die het bestuur over eigen goederen of goederen der gemeenschap aan de andere echtgenoot heeft overgelaten, blijft desondanks zelf tot dat bestuur bevoegd. Betreft het overgelaten bestuur eigen goederen dan is de echtgenoot die het bestuur voerde als een lasthebber voor het gevoerde bestuur aansprakelijk, met inachtneming van de aard van de huwelijksverhouding en de aard der goederen.
Kosten van de huishouding
Art. 7
1 De echtgenoten zijn verplicht hetgeen aan inkomsten van hun zijde in de gemeenschap valt naar evenredigheid te besteden voor de bestrijding van de kosten van de gemeenschappelijke huishouding, waaronder begrepen de kosten van gebruikelijke verzekeringen, andere dan levensverzekering en ongevallenverzekering, huur- en rentetermijnen de echtelijke woning betreffend het gebruikersgedeelte van de onroerendezaakbelasting, kosten van geneeskundige behandeling en verpleging alsmede alle kosten van verzorging en opvoeding van de uit het huwelijk geboren of door de echtgenoten geadopteerde kinderen.
2 De ene echtgenoot is verplicht aan de andere echtgenoot die met hem samenwoont, voldoende gelden ter beschikking te stellen ten behoeve van de gewone gang van de huishouding. Hij mag daarbij rekening houden met het bedrag dat de andere echtgenoot voor dat doel dient te bestemmen.
3 Belastingen op grond van de vermogensrendementsheffing komen voor rekening van degene die dat vermogen bezit.
4 Voor zover de inkomsten als in lid 1 van dit artikel bedoeld niet toereikend zijn ter bestrijding van de kosten der huishouding, komen deze kosten ten laste van het gemene vermogen en voor zover ook dit ontoereikend is ten laste van de eigen vermogens der echtgenoten, zulks naar evenredigheid.
Vergoedingen
Art. 8
1 Indien gemeenschapsgoederen gedurende het bestaan van de gemeenschap zijn aangewend voor het betalen van andere dan gemeenschapsschulden, of op enige andere wijze aan het eigen vermogen van een echtgenoot zijn ten goede gekomen, moet door de echtgenoot, te wiens behoeve de gemeenschapsgoederen werden aangewend, aan de gemeenschap wordenvergoed een bedrag, gelijk aan de waarde van hetgeen aan de gemeenschap werd onttrokken ten dage van de onttrekking.
2 Indien eigen goederen van een echtgenoot zijn aangewend voor het betalen van gemeenschapsschulden of op andere wijze aan de gemeenschap zijn ten goede gekomen, zal aan die echtgenoot ten laste van de gemeenschap een vergoeding toekomen, gelijk aan het bedrag ten belope waarvan de gemeenschap werd gebaat.
3 Vergoedingen als in dit artikel bedoeld zijn terstond opeisbaar.
Art. 9
Indien gedurende het bestaan van de gemeenschap te eniger tijd mocht blijken, dat schulden, die ten laste van de gemeenschap komen, daaruit niet ten volle kunnen worden betaald, zal het tekort worden voldaan uit het eigen vermogen van de echtgenoot, die de betreffende schulden heeft aangegaan. Is diens vermogen daartoe niet toereikend, dan zal het ontbrekende bedrag moeten worden betaald door de andere echtgenoot uit eigen vermogen. Voor het door de echtgenoten aldus ten laste van het eigen vermogen betaalde zal gelden hetgeen in artikel 7 is bepaald.
Art. 10
1 Indien bij de ontbinding van de gemeenschap blijkt, dat, met inachtneming van de vergoedingen door en aan de gemeenschap verschuldigd, deze een winst-saldo oplevert, zal dit aan beide echtgenoten, ieder voor de helft, ten goede komen.
2 Een alsdan blijkend verlies-saldo zal, voor zover dit is ontstaan door het aangaan van schulden ten behoeve van de gewone gang van de huishouding, door koop op afbetaling van zaken die ten behoeve van de huishouding strekken en/of door te dier zake ten laste van de gemeenschap ontstane vergoedingsplichten, ten laste komen van de beide echtgenoten ieder voor de helft en voor het overige ten laste van ieder der echtgenoten naar de mate waarin de schulden van ieder hunner dit overig verlies-saldo hebben veroorzaakt.
3 Indien en voor zover de echtgenoten niet kunnen of willen aantonen door wiens toedoen het bedoelde overige verlies-saldo is ontstaan, of indien, bij verschil van mening daaromtrent, geen overeenstemming wordt bereikt, zal dit komen ten laste van de beide echtgenoten ieder voor de helft.
4 Het in de tweede en derde lid van het onderhavige artikel bepaalde zal gelden, ongeacht of door een der echtgenoten, dan wel door beiden afstand van de gemeenschap werd gedaan en ongeacht wie hunner het eerst afstand deed.
5 Alle verplichtingen tot vergoeding door de echtgenoten aan de gemeenschap en door de gemeenschap aan de echtgenoten blijven bestaan ten laste en ten behoeve van een echtgenoot, die afstand van de gemeenschap doet.
Vermoeden van eigendom
Art. 11
1 Kleren, lijfstoebehoren en kleinodi๋n zullen, behoudens tegenbewijs, worden geacht eigendom te zijn van diegene der echtgenoten, bij wie zij in gebruik zijn of tot wiens gebruik zij uiteraard of in feite zijn bestemd.
2 Rechten aan toonder en zaken die geen registergoederen zijn worden overigens als gemeenschapsgoed aangemerkt, in alle gevallen waarin tussen de echtgenoten geschil bestaat omtrent de vraag aan wie deze goederen toebehoren en geen van beiden zijn recht op het goed kan bewijzen. Dit vermoeden werkt niet ten nadele van de schuldeisers der echtgenoten.
Overlijdensrisicoverzekering
Art. 12
1 Premies van overlijdensrisicoverzekering - daaronder het risicodeel van gemengde verzekering en van ongevallenverzekering begrepen - en al hetgeen overigens in dit verband verschuldigd wordt, zoals poliskosten, behoren niet tot de kosten van de huishouding.
2 De echtgenoten zullen, voor zover dit nog niet is geschied, met de verzekeraar overeenkomen dat de begunstigde als verzekeringnemer en/of als premieplichtige optreedt.
3 De premieplichtige echtgenoot en de verzekeringnemer zullen, voorzover nodig, met de verzekeraar een zodanige premiesplitsing overeenkomen dat, mede in verband met het in lid 2 bepaalde, de uitkering ingevolge overlijden vrij zal zijn van de heffing van successierecht.
4 Indien alsnog premiesplitsing wordt overeengekomen, zal de echtgenoot van de verzekerde aan de verzekerde vergoeden de waarde in het economisch verkeer die de overlijdenscomponent van de lopende polis heeft op het tijdstip van de premiesplitsing.
5 Premies en hetgeen verder terzake van overlijdensrisicoverzekering verschuldigd wordt, blijven buiten iedere periodieke of finale verrekening van inkomsten en/of vermogen.
Aanbreng
De comparanten verklaarden voorts dat door hen ten huwelijk wordt aangebracht, hetgeen is vermeld op de door hen en mij, notaris, ondertekende staat, welke aan deze akte is vastgehecht.
Huwelijksdatum
De comparanten verklaren tenslotte dat hun huwelijk zal worden voltrokken op _____________ te _____________
Slot akte
De comparanten zijn, evenals de getuigen, aan mij, notaris bekend.
Deze akte is als minuut verleden in tegenwoordigheid van _________ en __________________________________ als getuigen, enz.



